ECLI:NL:CBB:2010:BO4962
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging bouwfraudeonderzoek en versnelde procedure
In deze zaak staat de boeteoplegging door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) centraal in het kader van het bouwfraudeonderzoek, waarbij ondernemingen zijn beboet wegens deelname aan een systeem van verboden vooroverleg in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). Appellanten maakten bezwaar tegen de boetes en de toepassing van de versnelde procedure, waarbij zij onder meer stelden dat deze procedure niet voldoet aan het fair trial-beginsel en dat de toerekening van overtredingen aan moedermaatschappijen onterecht is.
Het College oordeelt dat de versnelde procedure, waarbij ondernemingen afstand doen van bepaalde rechten in ruil voor een boetevermindering van 15%, niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro. De ondernemingen hebben bewust gekozen voor deze procedure, waarbij zij erkenden dat de feiten en juridische beoordeling in het rapport vaststaan. Daarnaast bevestigt het College dat het Europese recht toerekening van gedragingen van dochtermaatschappijen aan moedermaatschappijen toestaat, met een weerlegbaar vermoeden van beslissende invloed bij 100% aandelenbezit, en dat appellanten dit vermoeden onvoldoende hebben weerlegd.
Verder wordt de keuze van NMa voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag en de gehanteerde boetepercentages als redelijk en niet onredelijk beoordeeld. Ook het beleid omtrent clementie en boetevermindering wordt bevestigd, waarbij het College oordeelt dat appellanten bewust hebben afgezien van het indienen van een clementieverzoek en dat de door NMa gehanteerde criteria voor additionele waarde van informatie niet zijn gewijzigd. Tot slot wijst het College bezwaren over vermeende ongelijke behandeling en samenloop met andere boetes af, en bevestigt het de rechtmatigheid van de boeteoplegging en de toegepaste procedure.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boeteoplegging en versnelde procedure worden bevestigd.