ECLI:NL:CBB:2010:BN0914
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens kennelijke fout bij vaststelling bedrijfstoeslag 2008
Appellante, een maatschap, had voor het jaar 2008 een bedrijfstoeslag aangevraagd waarbij zij slechts een deel van haar toeslagrechten had benut, terwijl zij voldoende subsidiabele hectares bezat om alle toeslagrechten te verzilveren. Verweerder had het bezwaar van appellante tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag ongegrond verklaard, omdat geen kennelijke fout in de aanvraag werd aangenomen en het verzoek tot wijziging te laat was ingediend.
Het College overweegt dat wijziging van de aanvraag alleen mogelijk is bij een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004. Het hanteert daarbij het Werkdocument AGR 49533/2002 van de Europese Commissie, waarin een kennelijke fout wordt aangenomen indien een summier onderzoek van de aanvraag direct een tegenstrijdigheid of vergissing doet vermoeden die redelijkerwijs uitsluit dat de aanvraag conform de bedoeling van de aanvrager is ingevuld.
In deze zaak is het verschil tussen het aantal toeslagrechten dat appellante wilde verzilveren en het aantal waarover zij daadwerkelijk een aanvraag deed, zo groot dat dit bij een summier onderzoek direct had moeten opvallen. Het College acht het onaannemelijk dat appellante bewust slechts een deel van haar rechten wilde benutten en concludeert dat sprake is van een kennelijke fout. Omdat verweerder appellante niet de gelegenheid heeft geboden de aanvraag te corrigeren, wordt het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Verweerder wordt opgedragen opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Daarnaast wordt appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens een kennelijke fout in de aanvraag bedrijfstoeslag 2008.