ECLI:NL:CBB:2018:42
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitbetaling betalingsrechten en vergroeningsbetaling wegens ontbreken kennelijke fout
Appellante, een maatschap, verzocht op 21 mei 2015 om toekenning van betalingsrechten en uitbetaling van basis- en vergroeningsbetaling voor 2015. Zij gaf 22 percelen landbouwgrond aan, maar vroeg uitbetaling slechts voor 13 percelen. Verweerder kende 18,98 betalingsrechten toe en stelde de uitbetaling vast op €35.799,52. Bij bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond omdat betalingsrechten alleen kunnen worden uitbetaald als dit duidelijk in de aanvraag is vermeld. Appellante verzocht pas in bezwaar om uitbetaling voor de overige percelen, wat alleen kan worden gehonoreerd bij een kennelijke fout.
Het College oordeelt dat geen sprake is van een kennelijke fout omdat het verschil tussen aangevraagde en mogelijke betalingsrechten niet zodanig groot is dat dit bij een summier onderzoek direct opvalt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan door verweerder. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak bevestigt dat wijzigingen in betalingsaanvragen na de uiterste indieningsdatum slechts mogelijk zijn bij een duidelijk vastgestelde kennelijke fout en benadrukt de verantwoordelijkheid van aanvragers om hun aanvraag correct in te vullen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout in de aanvraag.