ECLI:NL:CBB:2007:BC1396
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- M.A. Fierstra
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de mobiele telecommunicatiemarkt en prejudiciële vragen over artikel 81 EG
In deze zaak staat centraal of mobiele telecomoperators zich schuldig hebben gemaakt aan verboden onderling afgestemde feitelijke gedragingen in strijd met artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81, eerste lid, EG. Het geschil betreft een bijeenkomst van 13 juni 2001 waarbij operators afspraken zouden hebben gemaakt over dealervergoedingen voor postpaid- en prepaid-abonnementen.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) legde boetes op aan verschillende operators wegens mededingingsbeperkende gedragingen. De rechtbank vernietigde de beslissing op bezwaar van de NMa en bepaalde dat een nieuwe beslissing moest worden genomen. Het College van Beroep beoordeelt het hoger beroep, waarbij partijen uiteenlopende standpunten innemen over de bewijsvoering, de aard van de gedragingen en de toepassing van het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging.
Het College stelt vast dat NMa onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Orange daadwerkelijk deelnam aan de afstemming over dealervergoedingen. Verder oordeelt het College dat er geen voldoende bewijs is van wederkerige contacten bij prepaid-pakketten, waardoor geen sprake is van een onderling afgestemde feitelijke gedraging. Wel is aannemelijk dat er uitwisseling van bedrijfsvertrouwelijke informatie heeft plaatsgevonden over postpaid-abonnementen, maar het verband met mededingingsbeperking is complex en vereist nadere uitleg.
Daarom legt het College prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de criteria voor het vaststellen van de strekking van een onderling afgestemde feitelijke gedraging en de bewijsregels omtrent causaal verband tussen afstemming en marktgedrag. De procedure wordt geschorst in afwachting van deze beslissing.
Uitkomst: Procedure geschorst en verdere beslissing aangehouden in afwachting van prejudiciële beslissing Hof van Justitie.