ECLI:NL:CBB:2010:BO7145
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking chauffeurspas wegens niet tijdig overleggen verklaring omtrent gedrag
Appellant kreeg op 19 juni 2006 een chauffeurspas met geldigheid tot 19 juni 2011. Verweerder verzocht appellant in februari 2010 om binnen zes weken een nieuwe verklaring omtrent gedrag te overleggen vanwege vermoedens van strafbare feiten. Appellant leverde deze verklaring niet tijdig in, waarna op 19 mei 2010 zijn chauffeurspas werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de aanvraagprocedure voor de verklaring nog liep en dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder het overlijden van zijn dochter, in aanmerking moesten worden genomen.
De Minister van Justitie weigerde de verklaring omtrent gedrag te verstrekken vanwege het risico op herhaling van strafbare feiten. Verweerder erkende de bijzondere omstandigheden van appellant, maar vond het algemene belang bij veilig taxivervoer zwaarder wegen. Het College oordeelde dat verweerder terecht geen bijzondere omstandigheden aannam die intrekking zouden moeten voorkomen en dat het besluit tot intrekking op goede gronden was genomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College zag geen aanleiding tot toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de chauffeurspas wegens niet tijdig overleggen van een nieuwe verklaring omtrent gedrag wordt ongegrond verklaard.