ECLI:NL:CBB:2011:BT6385
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- H.O. Kerkmeester
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering intrekking geschilbesluit en last onder dwangsom inzake FTA-tarieven UPC
UPC verzocht OPTA om intrekking van een geschilbesluit uit 2003 dat een bovengrens stelde aan de vaste terminating tarieven (FTA) die UPC aan KPN rekent. OPTA wees dit verzoek af en legde een last onder dwangsom op wegens overtreding van het geschilbesluit door tariefsverhoging. UPC maakte bezwaar tegen beide besluiten, die OPTA ongegrond verklaarde. UPC ging in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Het College oordeelde dat OPTA onbevoegd was om te beslissen op het bezwaar tegen de weigering tot intrekking van het geschilbesluit, omdat dit onder de exclusieve beroepsbevoegdheid van het College valt. Daarom vernietigde het College dit deel van het besluit en behandelde het bezwaar als beroepschrift.
Inhoudelijk stelde het College vast dat het geschilbesluit nog steeds van kracht was en dat de tariefsverhoging van UPC in strijd was met dit besluit. OPTA was bevoegd om handhavend op te treden en een last onder dwangsom op te leggen. De motivering van OPTA was voldoende en de dwangsom stond in redelijke verhouding tot het belang. Het beroep tegen de weigering tot intrekking werd ongegrond verklaard.
Ten slotte veroordeelde het College OPTA in de proceskosten van UPC wegens de vernietiging van het besluit op bezwaar over de intrekking. Het griffierecht werd aan UPC vergoed.
Uitkomst: Het beroep van UPC tegen de handhaving van het geschilbesluit en de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard, maar het besluit op bezwaar over de weigering tot intrekking wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van OPTA.