ECLI:NL:CBB:2012:BW7152
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtmatigheid individuele cap bij veiling frequentieruimte 2,6 GHz
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door T-Mobile tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die vier besluiten van de Minister van Economische Zaken inzake de veiling van frequentieruimte in de 2,6 GHz-band bevestigde. Kern van het geschil is de rechtmatigheid van een individuele cap die de Minister oplegt door het bestaande frequentiebezit van een aanvrager in mindering te brengen op de maximale hoeveelheid frequentieruimte die deze kan verkrijgen.
De rechtbank had geoordeeld dat de individuele cap gebaseerd op artikel 6a van het Frequentiebesluit en de daarop gebaseerde regeling niet in strijd is met de Telecommunicatiewet. T-Mobile betoogde dat slechts artikel 3.4a Tw een grondslag biedt voor een algemene cap en dat individuele caps niet zijn toegestaan. Het College heeft dit betoog verworpen en geoordeeld dat artikel 3.3, negende lid, Tw en artikel 18.12 Tw voldoende delegatiegrondslag bieden voor de individuele cap.
Verder heeft het College bevestigd dat de Ontwerpvergunningen een besluit zijn waartegen bezwaar en beroep openstaat en dat de ingebruiknameverplichting in de vergunningen niet in strijd is met de wet. Het hoger beroep van T-Mobile is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van T-Mobile wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd.