ECLI:NL:RBROT:2011:BU3331
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Strien
- M. Schoneveld
- H. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid individuele cap bij 2,6GHz frequentieveiling
De zaak betreft beroepen van eiseres tegen besluiten van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over de toewijzing en voorwaarden van vergunningen voor frequentieruimte in de 2,6GHz-band. Het Bekendmakingsbesluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen beroepsgronden waren aangevoerd. De Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 2,6GHz is een algemeen verbindend voorschrift waartegen geen bezwaar of beroep openstaat.
Het Toelatingsbesluit legde eiseres een individuele cap op vanwege reeds bezit van vergunningen in vergelijkbare frequentiebanden (900-, 1800- en 2100MHz). De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid tot het opleggen van deze cap voldoende rechtsbasis heeft in artikel 3.3, negende lid, en artikel 18.12 van de Telecommunicatiewet en dat de cap in het belang is van een evenwichtige verdeling van frequentieruimte en het bevorderen van markttoetreding door nieuwkomers.
Eiseres voerde aan dat de individuele cap strijdig zou zijn met hogere regelgeving en het beginsel van détournement de pouvoir, en dat artikel 3.4a van de Telecommunicatiewet de exclusieve grondslag zou moeten zijn. De rechtbank verwierp deze argumenten en bevestigde dat de regeling en cap rechtmatig zijn, mede gelet op de ruime beoordelingsvrijheid van de minister en de mededingingsdoelstellingen. Ook de ingebruiknameverplichting in de Ontwerpvergunningen werd niet in strijd met de wet geacht.
De beroepen tegen de Regeling, Ontwerpvergunningen en Toelatingsbesluit werden ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het Bekendmakingsbesluit niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank bevestigt hiermee de rechtmatigheid van de individuele cap en de overige besluiten in het kader van de 2,6GHz frequentieveiling.
Uitkomst: Het beroep tegen het Bekendmakingsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de Regeling, Ontwerpvergunningen en Toelatingsbesluit worden ongegrond verklaard.