ECLI:NL:CBB:2012:BW8809
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening invoerwaarde rozen voor vakheffing bloemkwekerijproducten
In deze zaak stond de berekening van de invoerwaarde van rozen centraal voor de heffing op grond van de Verordening vakheffing bloemkwekerijproducten over de jaren 1999 tot en met 2003. Appellante betwistte de wijze waarop verweerder de invoerwaarde had vastgesteld voor rozen die buiten de veiling om waren verhandeld. Volgens appellante moest de gemiddelde veilingprijs van alle grootbloemige rozen als uitgangspunt dienen.
Het College stelde vast dat de Verordening geen expliciete regels bevat voor de waardebepaling bij verhandeling buiten de veiling. De waardering dient aan te sluiten bij het Communautair Douanewetboek, waarbij de prijs van de ingevoerde goederen zelf of van identieke of soortgelijke goederen als uitgangspunt geldt. Omdat het hier om consignatieproducten gaat waarvan de prijs bij invoer nog niet vaststaat, moet de invoerwaarde worden berekend via een terugrekenmethode.
Het College concludeerde dat de gemiddelde veilingprijs van de gehele productcategorie grootbloemige rozen onvoldoende representatief is voor de specifieke rozen van appellante. De overgelegde statistieken waren niet overtuigend en hadden betrekking op andere jaren en niet specifiek op buiten de veiling om verhandelde rozen. Ook was er geen bindende afspraak dat de berekeningswijze uit een eerdere zaak (AWB 10/429) hier toegepast moest worden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de door verweerder gehanteerde berekeningswijze van de invoerwaarde wordt bevestigd.