ECLI:NL:CBB:2012:BX8157
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over boete wegens overtreding rookverbod in horecabedrijf en lex mitior
Appellant exploiteert een horecabedrijf dat op 2 oktober 2008 werd geïnspecteerd door de NVWA, waarbij werd geconstateerd dat er gerookt werd in strijd met artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet. De minister legde daarom een boete van € 300 op. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de boete en het uitblijven van een tijdig besluit op zijn bezwaar.
In hoger beroep betoogde appellant dat de gewijzigde wetgeving (lex mitior) hem vrijstelde van de boete vanwege een uitzondering voor kleine horecagelegenheden met een vloeroppervlak van minder dan 70 m2. Het College oordeelde dat het horecabedrijf van appellant uit meerdere horecalokaliteiten bestaat met een oppervlakte die de grens van 70 m2 overschrijdt, waardoor de uitzondering niet van toepassing is.
Verder stelde appellant dat hij ten onrechte niet telefonisch was gehoord en dat de procedure niet binnen een redelijke termijn was afgerond. Deze gronden werden verworpen. Wel werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte de minister niet in de proceskosten heeft veroordeeld voor het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Het College vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Boete wegens overtreding rookverbod wordt bevestigd; minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding wegens niet tijdige besluitvorming.