ECLI:NL:CBB:2013:26
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen voorlopige voorziening AFM
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam inzake een voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom van de AFM. De voorzieningenrechter had het verzoek tot schorsing van het besluit afgewezen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft onderzocht of het appelverbod doorbroken kon worden vanwege een vermeende ernstige schending van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen.
Het College oordeelt dat de aangevallen uitspraak slechts een voorlopige voorziening betreft en geen definitieve inhoudelijke beslissing op de bodemzaak. Appellant heeft zijn standpunten kunnen inbrengen bij de voorzieningenrechter, die deze ook heeft meegewogen. Er is geen sprake van een zodanige schending van de goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen dat het appelverbod doorbroken kan worden.
Ook de door appellant aangevoerde onjuiste rechtsopvattingen en vermeende beperking van verdedigingsrechten bieden geen grond voor doorbreking. Het College verklaart zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het College verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de voorlopige voorziening.