Appellante, een maatschap, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken om een perceel grasland op vliegbasis Leeuwarden niet als subsidiabele landbouwgrond aan te merken voor de bedrijfstoeslag 2010. Het perceel ligt op een militaire luchthaven en wordt gebruikt voor het maaien van gras, waarvan een deel als veevoer dient.
Verweerder stelde dat het perceel vanwege de infrastructurele functie van het vliegveld en het eigenaarschap door Defensie niet als landbouwgrond kan gelden. Tevens zou de intensiteit van niet-landbouwactiviteiten, zoals luchtvaart, de landbouwactiviteiten belemmeren. Appellante voerde aan dat het perceel wel degelijk voor landbouw wordt gebruikt en dat het standpunt van verweerder niet consistent is met eerdere erkenning voor mestgebruik.
Het College oordeelde dat het perceel niet kan worden uitgesloten van bedrijfstoeslag enkel vanwege ligging op een vliegveld, maar dat de contractuele beperkingen en hinder door luchtvaartactiviteiten de landbouwactiviteiten zodanig beperken dat het perceel niet overwegend voor landbouw wordt gebruikt. Ook ontbrak voldoende autonomie in beheer. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit blijven in stand.