ECLI:NL:CBB:2013:92

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
19 juli 2013
Publicatiedatum
31 juli 2013
Zaaknummer
AWB 12/331
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:22 AwbArt. 25 FaillissementswetArt. 27 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens faillissement en ontslag van instantie

Dexton Business Solutions BV had beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken inzake een aanvullende S&O-verklaring. Tijdens de procedure werd het faillissement van Dexton uitgesproken op 11 juni 2013. Partijen waren uitgenodigd voor een zitting op 13 juni 2013, dus na de faillietverklaring.

Volgens artikel 27 van Pro de Faillissementswet kan de gedaagde ontslag van instantie vragen indien de curator het geding niet wenst over te nemen. De curator liet weten de procedure niet te willen overnemen, waarna de Minister ontslag van instantie verzocht. Het College besloot het verzoek toe te wijzen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

De procedure werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van het beroep. Het College zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en sprak de beslissing uit op 19 juli 2013.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en ontslag van instantie wordt verleend.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 12/331
27000

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juli 2013 in de zaak tussen

Dexton Business Solutions BV, te Moordrecht, appellante

en

de Minister van Economische Zaken, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2011 heeft verweerder een aanvullende S&O-verklaring afgegeven.
Bij besluit van 8 februari 2012 heeft verweerder het bezwaar van appellante tegen deze aanvullende verklaring ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft appellante op 19 maart 2012 beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen zijn op 13 juni 2013 uitgenodigd te verschijnen op een zitting van het College op 4 juli 2013.
Bij brief van 19 juni 2013 heeft de curator, mr. A.I. Mekes, meegedeeld dat bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 juni 2013 het faillissement van appellante is uitgesproken. Een afschrift van dit vonnis is bij deze brief gevoegd.
Bij faxbericht van 25 juni 2013 heeft de curator het College desgevraagd laten weten dat zij de procedure niet wenst over te nemen.
Bij brief van 28 juni 2013 heeft het College verweerder verzocht mede te delen of hij, gelet op
artikel 27, tweede lid, van de Faillissementswet, ontslag van instantie wil vragen voor deze procedure.
Bij faxbericht van 3 juli 2013 heeft verweerder het College gevraagd hem ontslag van instantie te verlenen. .
Bij faxbericht van 3 juli 2013 heeft de griffier de curator en verweerder bericht dat de zitting geen doorgang zal vinden.

Overwegingen

1.
Artikel 8:22 van Pro de Awb luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"1. In geval van faillissement (…) zijn de artikelen (…) 27 (…) van de Faillissementswet van overeenkomstige toepassing.
2. De artikelen (…) 27 vinden geen toepassing, indien partijen vóór de faillietverklaring zijn uitgenodigd om op een zitting van de bestuursrechter te verschijnen."
2.
Het faillissement van appellante is uitgesproken op 11 juni 2013. Partijen zijn op 13 juni 2013
uitgenodigd om te verschijnen op een zitting van het College. Daarmee zijn partijen na de faillietverklaring van appellante uitgenodigd, zodat artikel 27 Faillissementswet Pro (Fw) in dit geval van toepassing is.
3.
Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Faillissementswet (Fw) wordt, indien de rechtsvordering tijdens de faillietverklaring aanhangig en door de schuldenaar ingesteld is, het geding ten verzoeke van de gedaagde geschorst, ten einde deze gelegenheid te geven, binnen een door de rechter te bepalen termijn, de curator tot overneming van het geding op te roepen.
Ingevolge artikel 27, tweede lid, van de Fw heeft, zo de curator aan die oproeping geen gevolg geeft, de gedaagde het recht ontslag van de instantie te vragen; bij gebreke daarvan kan het geding tussen de gefailleerde en de gedaagde worden voortgezet, buiten bezwaar van de boedel.
4.
De curator heeft het College bij brief van 19 juni 2013 ingelicht over het faillissement van appellante en het College gevraagd naar de stand van zaken in de onderhavige procedure. De griffier heeft de curator hierover geïnformeerd, waarop de curator vervolgens desgevraagd heeft laten weten dat zij de procedure niet wenst over te nemen. Het College heeft vervolgens verweerder in de gelegenheid gesteld gebruik te maken van het recht ontslag van instantie te vragen op grond van artikel 27, tweede lid van de Faillissementswet. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder ontslag van instantie gevraagd.
5. Nu het College niet gebleken is van redenen de procedure voort te zetten, wijst het College het verzoek van verweerder om ontslag van instantie toe. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk is, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.
6.
Voor een proceskostenveroordeling ziet het College geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Dijt, in aanwezigheid van mr. L.C. Bannink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2013.
w.g. E. Dijt w.g. L.C. Bannink