Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2021 op het hoger beroep van:
[appellante] B.V., te [plaats] , appellante
appellante enDe Nederlandsche Bank N.V. (DNB)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
9 maart 2016 heeft de [… 1] overheid alle uitstaande obligaties en de lening van de doelvennootschap overgenomen.
- een bestuurlijke boete opgelegd van € 593.750,- (boete 1) wegens overtreding van artikel 10 van Pro de Wtt, gelezen in samenhang met artikel 13, tweede lid, aanhef en onder d, artikel 16, eerste lid, artikel 19, eerste lid aanhef en onder c, en tweede lid aanhef en onder b, en artikel 23, eerste tot en met derde lid, van de Rib 2014 en
- een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,- (boete 2) wegens overtreding van artikel 10b, eerste lid van de Sw, gelezen in samenhang met artikel 2 van Pro de RTSw. Deze overtredingen hebben zich volgens DNB voorgedaan in de periode van 1 januari 2015, althans 23 april 2015 tot maart 2016 (boete 1) en van 30 augustus 2013 tot en met 29 juni 2016 (boete 2). DNB heeft uiteengezet dat de overtredingen van de bij of krachtens de Wtt gestelde regels ernstig zijn, mede omdat appellante als gevolg van haar handelen of nalaten het risico heeft gelopen te worden misbruikt voor het verlenen van diensten aan partijen die transacties verrichten met of voor partijen waarmee geen transacties mogen worden verricht. Daarnaast heeft zich een reputatierisico voor de trustsector gemanifesteerd vanwege onder meer de media-aandacht en de Kamervragen die dit dossier heeft gegenereerd. Ook de overtreding van de Sw heeft DNB als ernstig beschouwd, omdat appellante met haar handelwijze de doelstellingen van de Sw in gevaar heeft gebracht, die erin bestaan de internationale vrede, veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde te handhaven of te herstellen dan wel terrorisme te bestrijden.
Uitspraak van de rechtbank
– samengevat weergegeven – het volgende overwogen.
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Beslissing
- herroept het primaire besluit eveneens in zoverre;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- draagt DNB op het betaalde griffierecht van € 519,- aan appellante te vergoeden;
- veroordeelt DNB in de proceskosten van tot een bedrag van € 1.602,-.