ECLI:NL:CBB:2013:BZ8261
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens reclameverbod tabakswet in tabaksspeciaalzaak
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport legde aan A een boete op wegens overtreding van het reclameverbod zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet. De rechtbank vernietigde dit boetebesluit omdat de reclame in de tabaksspeciaalzaak van A niet zodanig was geplaatst dat zij ook buiten de zaak zichtbaar was, waardoor de uitzondering in artikel 5, vierde lid, onder c, sub 3°, van de Tabakswet in verbinding met artikel 5, derde lid, van de Regeling tabaksreclame van toepassing was.
De minister ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte de uitzondering had toegepast. Volgens de minister waren er twee lichtbakken met het tabaksmerk ‘Camel’ die duidelijk zichtbaar waren voor voorbijgangers. De rechtbank had volgens de minister ook ten onrechte het moment na sluitingstijd betrokken bij haar oordeel en onvoldoende onderbouwd dat de lichtbakken alleen bij de toonbank konden hangen.
Het College oordeelde dat de waarnemingen in het proces-verbaal onvoldoende nauwkeurig waren onderbouwd en dat de foto’s niet overtuigend aantoonden dat de reclame ook zichtbaar was voor passanten die niet bewust door de toegang keken. Het College bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de reclame niet buiten de zaak zichtbaar was en dat de uitzondering op het reclameverbod van toepassing is. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het reclameverbod niet is overtreden.