ECLI:NL:CBB:2013:CA1184
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- W.A.J. van Lierop
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging voor overtreding vergunningplicht financiële dienstverlening
A Advies BV werd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) beboet wegens het bemiddelen in financiële producten zonder de vereiste vergunning, in strijd met artikel 2:80, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De rechtbank Rotterdam matigde de boete van €60.000,- tot €21.600,- vanwege overschrijding van de redelijke termijn en bevestigde de bevoegdheid van AFM tot boeteoplegging.
In hoger beroep voerde A Advies BV aan dat de bestuurder B in de veronderstelling verkeerde dat de vergunning van zijn eerdere onderneming ook voor de nieuwe situatie gold, waardoor sprake zou zijn van verminderde verwijtbaarheid. Tevens stelde zij dat de boete onredelijk hoog was gelet op haar financiële draagkracht en het gelijkheidsbeginsel. Ook werd betoogd dat de overschrijding van de redelijke termijn zwaarder had moeten doorwegen.
Het College oordeelde dat de overtreding onbetwist was en dat AFM terecht een boete oplegde. De vermeende verminderde verwijtbaarheid werd niet volledig erkend, maar de boete van €24.000,- door AFM werd als passend beschouwd. Verdere matiging wegens draagkracht werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en een hogere matiging wegens termijnoverschrijding faalden eveneens.
Het College bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en de boete van €21.600,-, en wees een proceskostenvergoeding in hoger beroep af.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €21.600,- voor overtreding van artikel 2:80 Wft en wijst het hoger beroep af.