ECLI:NL:RBROT:2015:9420
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.A.C. Nifterick
- M.C. Woudstra
- A. Douwes
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete aan feitelijk leidinggevende wegens overtreding bankverbod en openbaarmaking boetebesluit
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete van €100.000,- die door DNB was opgelegd wegens feitelijk leidinggeven aan de overtreding van het bankverbod door een onderneming. DNB had de boete gematigd tot €75.000,- op basis van draagkracht. De rechtbank oordeelde dat eiser inderdaad feitelijk leiding heeft gegeven aan de overtreding van artikel 2:11, eerste lid, van de Wft, en dat de boete terecht is opgelegd.
Eiser voerde aan dat hij niet feitelijk leiding had gegeven, dat hij juridisch advies had ingewonnen en dat beleggers niet benadeeld waren. Deze verweren werden verworpen. De rechtbank stelde dat het (voorwaardelijk) opzet op de gedraging volstaat en dat eiser medeverantwoordelijk was voor de investeringsstructuur en dagelijkse gang van zaken. De boete werd op grond van evenredigheid met 25% gematigd vanwege het beëindigen van de overtreding en medewerking.
Verder stelde eiser dat de boete vanwege zijn draagkracht verder moest worden gematigd, maar de rechtbank vond onvoldoende bewijs voor onvermogen. Ook het beroep tegen de volledige openbaarmaking van het boetebesluit werd afgewezen, omdat geen uitzonderlijke situatie was aangetoond die onevenredige schade zou veroorzaken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €75.000,- aan eiser en wijst het beroep ongegrond.