ECLI:NL:CBB:2013:BZ5507
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. Van Dorst-Tatomir
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens bemiddeling zonder vergunning onder de Wet financiële dienstverlening
Appellant werd door de AFM een bestuurlijke boete opgelegd van €50.865 wegens overtreding van artikel 10 van Pro de Wet financiële dienstverlening (Wfd) door in 2006 zonder vergunning te bemiddelen bij hypotheekverlening. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde de boete. Appellant stelde in hoger beroep dat de boete onevenredig hoog was en betwistte ter zitting alsnog dat hij een overtreding had begaan.
Het College onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant beroeps- of bedrijfsmatig had gehandeld en artikel 10 Wfd Pro had overtreden, mede omdat appellant inhoudelijke betrokkenheid had bij de totstandkoming van hypotheekovereenkomsten en provisie ontving. Wel oordeelde het College dat de boete, hoewel gematigd door AFM, in vergelijking met soortgelijke zaken te hoog was en niet in redelijke verhouding stond tot de ernst van de overtreding.
Het College matigde de boete verder naar €30.000, rekening houdend met het belemmeren van het onderzoek door appellant als verzwarende omstandigheid. De overige bezwaren van appellant, waaronder zijn financiële situatie, werden niet voldoende onderbouwd geacht om verdere matiging te rechtvaardigen. Het College vernietigde het bestreden deel van de uitspraak en de beslissing op bezwaar voor zover deze de boete betroffen en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens bemiddeling zonder vergunning wordt verminderd van €50.865 naar €30.000.