Appellanten, Stichting Bont voor Dieren en Stichting Animal Rights, verzochten de minister van Landbouw om handhavend op te treden tegen een nertsenhouder wegens vermeende overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. De minister wees het verzoek af na inspecties waarbij slechts één overtreding van het Besluit werd vastgesteld, waarvoor een herstelbrief werd gestuurd. Het aangeleverde beeldmateriaal van appellanten werd door de minister niet betrokken bij het besluit.
Het College oordeelt dat het bevoegd gezag verplicht is het aangeleverde beeldmateriaal te beoordelen om te bepalen of het aanleiding geeft tot nader onderzoek. Tevens moet het beeldmateriaal op zorgvuldige wijze worden betrokken bij het besluit en aan de betrokkene worden voorgelegd om diens reactie te kunnen meenemen. Dit is niet gebeurd, noch is de beoordeling van het beeldmateriaal duidelijk gemotiveerd in het besluit.
Daarom is het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens is de minister veroordeeld in de proceskosten van appellanten.