ECLI:NL:CBB:2018:243
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- R.R. Winter
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bezwaar omwonende tegen SDE-subsidieverlening biomassacentrale niet-ontvankelijk wegens ontbreken rechtstreeks belang
Bij besluit van 18 februari 2015 verleende de minister van Economische Zaken en Klimaat een SDE-subsidie aan een producent voor een biomassacentrale. Een omwonende maakte bezwaar tegen dit besluit omdat zij vreest voor hinder en milieugevolgen van de biomassacentrale. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de omwonende geen belanghebbende was bij het besluit tot subsidieverlening.
De omwonende stelde in beroep dat zij wel belanghebbende is omdat zonder subsidie de biomassacentrale niet gebouwd zou worden en dat volgens jurisprudentie ook derden met een tegengesteld belang en afgeleid belang als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Het College oordeelde dat het belang van de omwonende niet rechtstreeks wordt geraakt door het subsidiebesluit, omdat het recht om te bouwen voortvloeit uit de omgevingsvergunning en niet uit de subsidie.
Het College verwierp het betoog dat de omwonende een eigen belang heeft als derde met een tegengesteld belang en stelde dat er geen voldoende causaal verband bestaat tussen het subsidiebesluit en het belang van de omwonende. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de omwonende is ongegrond verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het subsidiebesluit.