Appellanten, V.O.F. Gebroeders, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake de toewijzing en uitbetaling van betalingsrechten voor 2015 onder het GLB. Het geschil betrof vooral de vaststelling van de subsidiabele oppervlakte van diverse percelen, waarbij appellanten bezwaar maakten tegen de door verweerder vastgestelde oppervlaktes en de waardering van de betalingsrechten.
Het College oordeelde dat verschillen in oppervlakte kleiner dan 2% niet nader beoordeeld hoeven te worden en dat perceelgrenzen terecht zijn vastgesteld, ook met betrekking tot een onverhard pad en teeltgrenzen. Appellanten konden niet aantonen dat de afgewezen oppervlakten subsidiabel landbouwareaal betroffen. Tevens was de uiterste datum voor wijziging van de aanvraag verstreken.
In de tweede zaak ging het om de uitbetaling van de basis- en vergroeningsbetaling, waarbij verweerder een bedrag terugvorderde en geen proceskosten toekende. Het College oordeelde dat de zaken als samenhangend konden worden beschouwd, waardoor geen afzonderlijke proceskostenvergoeding toekwam. Het beroep tegen de besluiten werd overwegend ongegrond verklaard, enkele beroepen niet-ontvankelijk en verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor het indienen van het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit.