ECLI:NL:CBB:2019:352
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- R.R. Winter
- H.L. van der Beek
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boetes wegens overtredingen Meststoffenwet na faillissement appellant
De zaak betreft boetes opgelegd aan appellant voor overtredingen van de Meststoffenwet, waaronder het niet juist vastleggen van vervoersgegevens, onjuiste Vervoersbewijzen Dierlijke Meststoffen (VDM's), en het niet of onjuist melden van export van dierlijke meststoffen.
Appellant was bestuurder en feitelijk leidinggever bij een onderneming die betrokken was bij het vervoer van vaste mest. Na het instellen van hoger beroep werd appellant failliet verklaard. Het College oordeelt dat het faillissement de voortzetting van de procedure niet belemmert omdat partijen vóór faillissement al waren uitgenodigd voor een zitting.
De rechtbank had de boetes voor feitelijk leidinggeven en medeplegen verminderd, waarbij de boete voor medeplegen op nihil werd gesteld vanwege het ne bis in idem-beginsel. Het College bevestigt dit oordeel en verklaart incidentele hoger beroepen voor boetes wegens niet voldoen aan de verantwoordingsplicht niet-ontvankelijk.
De motivering van het wijzigingsbesluit van de minister voldoet niet volledig aan de Awb, maar het College past artikel 6:22 Awb Pro toe en laat het besluit in stand omdat appellant niet is benadeeld. De hoogte van de boetes wordt passend geacht, mede gezien de reeds toegepaste matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Het College bevestigt de aangevallen uitspraken en ziet geen aanleiding tot verdere verlaging van de boetes of toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het College bevestigt de boetes voor feitelijk leidinggeven en verklaart incidentele hoger beroepen voor verantwoordingsplicht niet-ontvankelijk.