ECLI:NL:CBB:2020:230
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellante, exploitant van een melkveebedrijf, voerde beroep aan tegen het bestreden besluit waarbij haar fosfaatrecht werd vastgesteld op basis van de peildatum 2 juli 2015. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het stelsel haar een individuele en buitensporige last oplegt, mede vanwege haar investeringen en uitbreidingsplannen van 2010 tot 2012.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 EP Pro en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij individueel buitensporig wordt getroffen. De uitbreiding van het bedrijf werd gezien als een ondernemerskeuze zonder aantoonbare bedrijfseconomische noodzaak, genomen in een periode waarin al duidelijk was dat het melkquotum zou worden afgeschaft en productiebeperkende maatregelen te verwachten waren.
Hoewel appellante financieel wordt geraakt, acht het College dit niet als een individuele en buitensporige last. Het bestreden besluit was onvoldoende gemotiveerd omtrent dit betoog, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat de uitkomst niet anders zou zijn geweest. Het beroep werd ongegrond verklaard, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht van appellante wordt gehandhaafd.