ECLI:NL:CBB:2020:327
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking betalingsrechten wegens niet-subsidiabel perceelsgedeelte afgewezen
Appellante had betalingsrechten aangevraagd voor perceel 19, opgegeven als blijvend grasland. Verweerder trok bij besluit een deel van 0,27 ha in omdat dit deel op 15 mei 2015 niet subsidiabel was door aanwezigheid van een opstal in aanbouw, zand, ruigte, verrommeling en een pad. Appellante betwistte dit en verwees naar de 90-dagenregel en eerdere vaststellingen.
Het College overwoog dat het perceelsgedeelte niet voldoet aan de definitie van landbouwareaal volgens Verordening 1307/2013, mede op basis van luchtfoto’s en jurisprudentie. De 90-dagenregel is niet van toepassing omdat het geen landbouwareaal betreft. Ook de latere uitbetaling voor 2018 werd deels gecorrigeerd vanwege dezelfde redenen.
Appellante voerde aan dat de vegetatie niet als verruiging kan worden aangemerkt en dat weersinvloeden kleurverschillen verklaren. Het College achtte de foto’s en feiten voldoende bewijs voor verruiging en verrommeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van betalingsrechten voor het niet-subsidiabele perceelsgedeelte wordt ongegrond verklaard.