ECLI:NL:CBB:2020:97
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn GLB-betalingen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van LNV waarin haar bezwaar tegen de uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen 2017 kennelijk ongegrond werd verklaard. De kern van het geschil betrof het aantal hectares waarvoor appellante uitbetaling had aangevraagd in relatie tot het aantal betalingsrechten waarover zij beschikte.
Het College oordeelde dat appellante uitbetaald heeft gekregen wat zij maximaal kon ontvangen, omdat zij bewust minder hectares had opgegeven dan het aantal betalingsrechten dat zij bezat. Een uitbreiding van de aanvraag was niet mogelijk omdat geen sprake was van een kennelijke fout. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de verstrekte informatie overeenkwam met de geldende regelgeving en niet in strijd mocht zijn met Unierecht.
Daarnaast stelde het College vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep was overschreden. Daarom werd de Staat veroordeeld tot betaling van €500 aan appellante wegens immateriële schade. De overige bezwaren van appellante werden verworpen en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.