Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2021 in de zaak tussen
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Procesverloop
Overwegingen
.Vanwege de hoge werklast wilde deze maat stoppen met zijn werk als klauwverzorger en heeft appellante geïnvesteerd in een uitbreiding van de melkveehouderij. Op 8 november 2013 heeft appellante een financieringsovereenkomst met de bank gesloten voor een bedrag van € 550.000,-, voor een ligboxenstal en een melkstal met inrichting. Op 23 oktober 2013, 26 november 2013, 16 december 2013 en 19 december 2014 heeft appellante blijkens overlegde offertes voor een bedrag van in totaal € 488.000,- geïnvesteerd in de bouw van deze stallen en de inrichting. Op 7 februari 2015 heeft appellante opdracht gegeven voor de aankoop van 60 stuks melkvee.
Beslissing
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 345,- aan appellante te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante in beroep tot een bedrag van € 4.144,62;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten tot een bedrag van € 133,50.