ECLI:NL:CBB:2021:646
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht wegens vermeende individuele en buitensporige last ongegrond verklaard
Appellante, een melkveehouderij in de vorm van een maatschap, voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw waarbij haar fosfaatrecht was vastgesteld op basis van de dierenaantallen op 2 juli 2015. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar een individuele en buitensporige last oplegt, mede vanwege onomkeerbare investeringen in uitbreiding van haar bedrijf die zij voor de peildatum had gedaan.
Het College oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de last individueel en buitensporig is. De investeringsbeslissingen zijn genomen in oktober 2014, terwijl toen al redelijkerwijs voorzienbaar was dat productiebeperkende maatregelen zoals het fosfaatrechtenstelsel zouden worden ingevoerd. Bovendien is niet gebleken van een bedrijfseconomische noodzaak voor de forse uitbreiding van de veestapel.
Hoewel bijzondere omstandigheden zoals bouwwerkzaamheden en het overlijden van een familielid invloed hebben gehad op de bedrijfsvoering, zijn deze onvoldoende onderbouwd om een individuele en buitensporige last aan te nemen. Het College weegt de belangen van milieu en volksgezondheid en de naleving van de Nitraatrichtlijn zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.