ECLI:NL:CBB:2021:333
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over fosfaatrechten en knelgevallenregeling onder Meststoffenwet
Appellanten exploiteren een gemengd landbouwbedrijf en voerden beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw over de vaststelling van hun fosfaatrecht op basis van de Meststoffenwet. Zij voerden aan dat zij in aanmerking kwamen voor de knelgevallenregeling vanwege bouwwerkzaamheden die hun dierenaantallen beïnvloedden en dat het fosfaatrechtenstelsel hun eigendomsrecht schond door een individuele en buitensporige last.
Het College oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de alternatieve peildata in direct verband stonden met de bouwwerkzaamheden en dat de knelgevallenregeling daarom niet van toepassing was. Ook werd geoordeeld dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het eigendomsrecht en dat de investeringsbeslissingen van appellanten ondernemersrisico's betreffen die niet leiden tot een individuele en buitensporige last.
Verder stelde het College vast dat het fosfaatrecht ten onrechte te laag was vastgesteld en corrigeerde dit naar 6.159 kg. De overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep leidde tot een schadevergoeding van €1.500,-, waarvan een deel door de Staat en een deel door de minister werd betaald. Het College veroordeelde de Staat en de minister in proceskosten en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het fosfaatrecht vastgesteld op 6.159 kg, en proceskosten en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toegewezen.