Appellanten stelden de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aansprakelijk voor schade geleden door het verlenen van een bemiddelingsvergunning aan Financieel Actueel B.V. (FA) in 2007, terwijl AFM bekend was met onregelmatigheden bij FA. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het geschil draaide om de vraag of AFM terecht het bezwaar tegen de afwijzing van de aansprakelijkstelling niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het College oordeelde dat het e-mailbericht van appellanten geen verzoek tot het nemen van een schadebesluit bevatte, maar een civiele aansprakelijkstelling was. Hierdoor was de afwijzing geen bestuursrechtelijk besluit waartegen bezwaar openstond.
Verder overwoog het College dat zelfs als het bericht als een verzoek tot een zelfstandig schadebesluit zou worden gezien, niet was voldaan aan de vereisten van materiële en processuele connexiteit. Appellanten konden niet als belanghebbenden worden aangemerkt bij de vergunningverlening omdat zij geen persoonlijk, kenmerkend belang hadden. Daarnaast was het schadeveroorzakende besluit van vóór 1 juli 2013, waardoor de verzoekschriftprocedure voor schadevergoeding niet van toepassing was.
Het College verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.