ECLI:NL:CBB:2021:827
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Geen geslaagd beroep op knelgevallenregeling fosfaatrechten bij uitbreiding melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkveehouderij en maakte bezwaar tegen het vastgestelde fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet. Het primaire besluit werd gedeeltelijk herroepen, maar appellante stelde dat de knelgevallenregeling onjuist was toegepast, onder meer vanwege een andere peildatum en onrepresentatieve melkproductie in 2014.
Het College oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van de peildatum 30 september 2014 en dat appellante onvoldoende onderbouwing leverde voor haar alternatieve peildatum en melkproductie. Ook is het standpunt van verweerder juist dat sprake is van uitbreiding van het bedrijf op een nieuwe locatie, ondanks vergunningen die meer dieren toestaan.
Verder faalt het beroep op schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat het fosfaatrechtenstelsel noodzakelijk is voor milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn. Appellante heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het stelsel een individuele en buitensporige last oplevert.
Wel is het beroep gegrond voor wat betreft de proceskostenvergoeding in bezwaar en beroep, welke verweerder alsnog moet vergoeden. Het College veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.564,- aan proceskosten en het griffierecht van € 354,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de proceskostenvergoeding, maar afgewezen voor de overige gronden.