ECLI:NL:CBB:2021:979
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens niet voldoen aan omzetverliescriteria
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) subsidie door de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. De subsidieaanvraag werd afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van minimaal 30% omzetverlies en vaste lasten van ten minste €4.000, berekend op basis van de inschrijving van de onderneming op 27 juli 2017.
Appellant voerde aan dat hij per 27 september 2019 nieuwe activiteiten is gestart onder dezelfde inschrijving, waardoor de referentieperiode voor omzetverliesberekening aangepast zou moeten worden. Verweerder stelde dat de wijziging van de SBI-code geen nieuwe inschrijving is en dat de referentieperiode daarom niet aangepast kan worden volgens de TVL-regeling.
Het College oordeelt dat de wijziging van de SBI-code en het toevoegen van nieuwe activiteiten niet gelijkstaat aan een nieuwe inschrijving. Daarom is de referentieperiode correct vastgesteld op basis van de oorspronkelijke inschrijving. Bovendien is er geen hardheidsclausule in de regeling die een uitzondering mogelijk maakt. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat het besluit onevenredig nadelig uitpakt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldoet aan de omzetverliescriteria.