ECLI:NL:CBB:2021:993
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidieregeling sanering varkenshouderijen en waardebepaling waardeverlies stallen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij een subsidie werd toegekend op grond van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Zij stelde dat de subsidie te laag was vastgesteld omdat de berekening van het waardeverlies van haar stallen uitsluitend op basis van ouderdom en niet op individuele investeringen en onderhoud was gebaseerd.
Het College heeft onderzocht of de subsidieregeling en de wijze van waardebepaling in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. De regeling is een algemeen verbindend voorschrift dat binnen de ruime beleidsruimte van de minister is vastgesteld op basis van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies.
De gekozen forfaitaire methode voor de waardebepaling, gebaseerd op de gecorrigeerde vervangingswaarde, is onderbouwd met advies van Wageningen University & Research en praktijktoetsing door relevante instanties. Hoewel de regeling relatief gunstig uitpakt voor houders met nieuwere stallen, is dit inherent aan de gekozen methode en valt dit binnen de beleidsruimte.
Het beroep van appellante is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.