Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de accountantskamer, maar het beroepschrift werd te laat ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op 12 juni 2021, de dag na verzending van de uitspraak van de accountantskamer. Het beroepschrift werd pas op 5 augustus 2021 ontvangen, ruim na de uiterste datum van 23 juli 2021.
Appellante voerde aan dat zij het proces-verbaal van de zitting pas op 12 juli 2021 ontving en daardoor niet tijdig kon beoordelen of hoger beroep zinvol was. Het College verwierp dit, omdat het proces-verbaal ruim vóór het verstrijken van de beroepstermijn was ontvangen en appellante bovendien een beroepschrift zonder gronden had ingediend binnen de termijn.
Verder stelde appellante dat het College de tijdigheid van het hoger beroep niet ambtshalve mocht beoordelen, verwijzend naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Het College oordeelde dat deze uitspraak niet van toepassing is op tuchtprocedures en dat de beroepstermijn dwingend is voorgeschreven in de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra).
Omdat geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was aangetoond, verklaarde het College het hoger beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor werd het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld.