ECLI:NL:CBB:2022:106
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boete wegens overtreding Wwft-monitoringsverplichting en meldplicht ongebruikelijke transactie
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde het hoger beroep van Bureau Financieel Toezicht (BFT) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een bestuurlijke boete wegens overtredingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) had herroepen. De zaak betrof een accountants- en belastingadvieskantoor ([naam 1]) dat betrokken was bij de administratie van een zorgbureau ([naam 3]) en de holding daarvan.
BFT stelde dat [naam 1] niet had voldaan aan de monitoringsverplichting, verscherpt cliëntenonderzoek had moeten verrichten en ongebruikelijke transacties tijdig had moeten melden. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor een hoger risico op witwassen bij het zorgbureau, mede omdat zicht bestond op de inkomstenstromen en geen reden was om te twijfelen aan de legale herkomst van gelden.
Het College oordeelde anders voor wat betreft de holding. Het stelde dat de investering van €432.000,- in buitenlands onroerend goed door de directeur en enig aandeelhouder, die niet paste binnen de normale bedrijfsuitoefening, een ongebruikelijke transactie vormde die onverwijld gemeld had moeten worden. Het College vernietigde daarom het gedeelte van het vonnis dat de boete herroept en stelde de boete vast op €2.000,-. Voor het overige bevestigde het College het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het College legt een boete van €2.000,- op wegens het niet melden van een ongebruikelijke transactie, vernietigt deels het vonnis van de rechtbank en bevestigt het overige.