ECLI:NL:CBB:2022:35
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ongedaanmaking intrekking beroep afgewezen met schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht het College om het door hem ingetrokken beroep alsnog te behandelen. Het beroep betrof een geschil over de restitutie van doorverkoopheffingen over bloembollen, waarbij het Productschap Tuinbouw een verzoek had afgewezen. Appellant stelde dat hij ten tijde van de intrekking van het beroep verkeerde in een situatie van wilsgebreken, mede vanwege wisselende standpunten van het bestuursorgaan en onduidelijkheid over zijn juridische positie.
Het College oordeelde dat een bevoegd gedane intrekking van een beroep niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van dwaling, dwang of bedrog. Deze omstandigheden waren niet aannemelijk gemaakt. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Wel stelde het College vast dat de behandeling van het verzoek tot ongedaanmaking de redelijke termijn had overschreden.
Op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb werd de Staat veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.000,- aan appellant. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend van €379,50 voor het indienen van het verzoek. De overige proceskosten werden niet toegewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk was verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.