ECLI:NL:CBB:2022:368
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen heffing Diergezondheidsfonds 2018 na wijziging rechtsvorm afgewezen
Appellante, een pluimveebedrijf dat haar rechtsvorm wijzigde van een eenmanszaak naar een besloten vennootschap, stelde beroep in tegen de heffing Diergezondheidsfonds 2018 van € 5.810,17. Zij voerde aan dat de wijziging van rechtsvorm en de hoge heffing onrechtvaardig waren, mede vanwege dubbele heffingen en onevenredige tarieven.
Het College overwoog dat appellante niet had aangetoond welke nadelige gevolgen de rechtsvormwijziging had voor de heffing en dat geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van de strikte wetsmatige heffing rechtvaardigden. De heffing is een collectieve financiering van dierziektebestrijding, waarbij ook nieuwe of grotere bedrijven bijdragen aan het wegwerken van tekorten.
Verder werd geoordeeld dat de tarieven, vastgesteld in het Besluit diergezondheidsheffing 2018, een voldoende deugdelijke grondslag hebben en dat de verschillen tussen tarieven van scharrel- en overige leghennen gerechtvaardigd zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing Diergezondheidsfonds 2018 wordt ongegrond verklaard.