ECLI:NL:CBB:2022:42
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over boeteoplegging wegens overtreding Tabaks- en rookwarenwet na onvolledig hoor en wederhoor
Verweerster exploiteert een eenmanszaak die op 8 september 2018 werd geïnspecteerd door de NVWA. Op basis van de inspectie werd een boete opgelegd wegens verkoop van tabaksproducten aan een minderjarige, in strijd met artikel 8, eerste lid, van de Tabaks- en rookwarenwet (Tbr).
De rechtbank Rotterdam vernietigde het boetebesluit omdat verweerster pas ruim twee maanden na de overtreding schriftelijk werd geïnformeerd, waardoor zij onvoldoende gelegenheid had om inhoudelijk verweer te voeren. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek onvolledig was en dat de verdedigingsrechten van verweerster, zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro, waren geschonden.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat verweerster via telefonisch contact met haar echtgenoot al eerder op de hoogte was gebracht en dat anonieme inspecties zijn toegestaan zonder direct vragen naar een verklaring. Verweerster handhaafde haar standpunt dat zij niet tijdig en op juiste wijze is geïnformeerd.
Het College concludeerde dat het telefonische contact met de echtgenoot niet gelijkstaat aan kennisgeving aan verweerster zelf, mede omdat zij als enige eigenaar staat ingeschreven. Het tijdsverloop van ruim twee maanden tussen de overtreding en schriftelijke kennisgeving was te lang om een adequaat verweer mogelijk te maken. Daarmee was sprake van schending van verdedigingsrechten en kon de boete niet standhouden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de boeteoplegging wordt vernietigd vanwege schending van verdedigingsrechten.