Foodcase International B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarin de aanvraag voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat de onderneming op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven met de SBI-code 66.30 (Vermogensbeheer), welke niet in de bijlage bij de TVL-regeling is opgenomen.
Appellante stelde dat de feitelijke bedrijfsactiviteiten overeenkomen met SBI-code 46.38.3 (Gespecialiseerde groothandel in overige voedings- en genotsmiddelen) en dat de administratieve inschrijving een omissie betrof. Zij verwees naar hardheidsclausules en eerdere jurisprudentie die het mogelijk maken om rekening te houden met feitelijke activiteiten bij de beoordeling van de subsidieaanvraag.
Het College oordeelt dat de regeling voor Q4 2020 onvoldoende rekening houdt met ondernemers die door een onjuiste SBI-code buiten de regeling vallen, terwijl hun feitelijke activiteiten wel onder de doelgroep vallen. Dit is in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom moeten de voorwaarden omtrent de SBI-code buiten toepassing worden gelaten voor appellante.
Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de feitelijke activiteiten van de onderneming. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.