ECLI:NL:CBB:2022:783
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt weigering TVL-subsidie aan nieuw gestarte onderneming
Appellant voerde aan dat zijn onderneming een gedeeltelijke voortzetting was van een maatschap die op 1 januari 2020 was ontbonden, en dat hij daarom recht had op TVL-subsidie voor Q4 2020 en Q1 2021. Hij stelde dat de feitelijke voortzetting al op 1 januari 2020 plaatsvond, ondanks de latere inschrijving in het handelsregister op 17 juni 2020.
Verweerder wees de subsidieaanvragen af omdat appellant niet op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven en omdat geen sprake was van voortzetting van een bestaande onderneming. De maatschap en de nieuwe ondernemingen bestonden enige tijd naast elkaar, en de kenmerkende eigenschappen van de onderneming waren gewijzigd door splitsing en andere handelsnamen.
Het College oordeelde dat de gewijzigde juridische verschijningsvorm en het gewijzigde eigendom niet automatisch leiden tot een nieuwe onderneming, maar dat de kenmerkende eigenschappen van de onderneming doorslaggevend zijn. In deze zaak zijn die eigenschappen gewijzigd, waardoor geen sprake is van voortzetting.
Het verzoek om exceptieve toetsing van de regeling werd afgewezen omdat de regeling niet in strijd is met algemene rechtsbeginselen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de subsidie werd terecht geweigerd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvragen worden terecht afgewezen omdat appellant geen voortzetting is van een bestaande onderneming.