ECLI:NL:CBB:2024:348
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten COVID-19 wegens geen voortzetting oorspronkelijke vennootschap onder firma
De onderneming heeft een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming op de peildatum 30 juni 2020 niet ingeschreven stond bij de Kamer van Koophandel, en dus niet tot de doelgroep van de regeling behoorde.
De onderneming stelde dat zij een voortzetting was van een eerdere vennootschap onder firma (vof), die op 26 september 2021 was ontbonden en gesplitst in twee entiteiten. De minister stelde dat door de splitsing en het feit dat slechts een deel van de bedrijfsactiviteiten werd voortgezet, geen sprake was van voortzetting. Het College volgde dit standpunt en oordeelde dat de kenmerkende eigenschappen van de oorspronkelijke vof onvoldoende waren bewaard gebleven.
Daarmee was de eenmanszaak een nieuwe onderneming met een inschrijfdatum na 30 juni 2020, waardoor de subsidieaanvraag terecht werd afgewezen. Het beroep van de onderneming werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag terecht afgewezen wegens geen voortzetting van de oorspronkelijke vof.