ECLI:NL:CBB:2022:815
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvragen TVL wegens niet voldoen aan voorwaarden ondanks bijzondere omstandigheden
Appellante, een eenmanszaak actief in vertaal- en onderzoekswerk, diende subsidieaanvragen in voor de TVL-regeling over de periodes juni-september 2020, Q2 2021 en Q3 2021. Verweerder wees deze aanvragen af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden, zoals het vereiste omzetverlies en vaste lasten.
Appellante voerde aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder het overlijden van haar echtgenoot en mantelzorgtaken in 2019, haar omzet negatief beïnvloedden, waardoor de standaard referentieperiodes niet representatief waren. Zij verzocht om een alternatieve referentieperiode en stelde dat verweerder ten onrechte geen rekening hield met buitenlandse omzet en dat het ontbreken van een hardheidsclausule tot onevenredige gevolgen leidde.
Verweerder onderzocht alternatieve referentieperiodes en concludeerde dat ook dan niet aan de voorwaarden werd voldaan. Daarnaast wees verweerder erop dat buitenlandse omzet niet was aangetoond en dat de TVL-regeling bewust geen hardheidsclausule bevat. Het College oordeelde dat verweerder terecht geen alternatieve referentieperiodes toepaste, dat buitenlandse omzet alleen meetelt indien aangetoond, en dat geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.
De beroepen van appellante werden ongegrond verklaard, en de afwijzing van de subsidieaanvragen bleef in stand. Het College vond dat verweerder voldoende gemotiveerd had gehandeld en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van onevenredige nadelige gevolgen of toezeggingen.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de subsidieaanvragen TVL worden ongegrond verklaard.