ECLI:NL:CBB:2023:372
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens overschrijding aanvraagtermijn
De zaak betreft een subsidieaanvraag op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021, die door de minister is afgewezen omdat deze te laat werd ingediend. De onderneming vulde op de laatste dag van de aanvraagtermijn een proefaanvraag in, maar diende deze niet in vanwege onduidelijkheid over de omzet. Pas na de sluiting van het digitale systeem nam zij contact op met de minister en diende uiteindelijk op 25 augustus 2021 een melding in via een formulier voor te late aanvragen.
De minister wees het bezwaar van de onderneming af en stelde dat de aanvraag terecht was afgewezen omdat de termijn duidelijk was en geen technische problemen waren vastgesteld. Het College bevestigde dit standpunt en benadrukte dat de aanvraagtermijn een dwingende afwijzingsgrond is, waar niet van kan worden afgeweken. De onderneming droeg zelf de verantwoordelijkheid voor het niet tijdig indienen en het niet direct contact opnemen bij vragen.
Het College oordeelde dat het bestreden besluit niet onevenredig is, ook niet gezien de financiële gevolgen voor de onderneming. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens overschrijding van de aanvraagtermijn wordt ongegrond verklaard.