ECLI:NL:CBB:2023:421
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep bevestigt vaststelling subsidie TVL op nihil wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming, een trouw- en overnachtingslocatie, had een subsidie TVL aangevraagd voor het vierde kwartaal van 2020. De minister stelde de subsidie vast op € 0,- omdat het omzetverlies volgens de aangifte omzetbelasting slechts 28,7% bedroeg, terwijl de regeling een minimaal omzetverlies van 30% vereist.
De onderneming betoogde dat de minister onterecht was uitgegaan van de omzet uit de aangifte omzetbelasting en dat de werkelijk gerealiseerde omzet, gebaseerd op het jaarrekeningenrecht en het matchingprincipe, veel lager was. Tevens verwees zij naar een suppletieaangifte met een lagere omzet over 2020. De minister handhaafde zijn standpunt en hield vast aan de omzetgegevens uit de oorspronkelijke aangifte.
Het College oordeelde dat de regeling TVL expliciet voorschrijft dat de omzet wordt vastgesteld op basis van de aangifte omzetbelasting, mede vanwege uitvoerbaarheid en administratieve lasten. Het jaarrekeningenrecht en het matchingprincipe bieden geen grondslag om hiervan af te wijken. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de suppletieaangifte een lager omzetverlies in Q4 2020 aantoonde. Daarnaast kon geen sprake zijn van een toezegging door de minister die vertrouwen rechtvaardigde om af te wijken van de aangifte.
Daarom was het besluit van de minister om de subsidie op nihil vast te stellen terecht en moest de onderneming het voorschot terugbetalen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond en de subsidie wordt terecht op nihil vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.