ECLI:NL:CBB:2024:332
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende omzetverlies
De onderneming exploiteert een kledingwinkel en vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. De minister wees de aanvraag af omdat het omzetverlies ten opzichte van de referentieperiode niet ten minste 30% bedroeg.
De onderneming stelde dat de minister een andere referentieperiode (Q4 2019) had moeten hanteren, omdat zij pas vanaf augustus 2019 omzet realiseerde en Q2 2019 daarom niet representatief was. De minister verwees naar de inschrijfdatum in het handelsregister en de geldende regeling, die alleen Q2 2019 of Q1 2020 als referentieperiode toestaat.
Het College oordeelde dat de minister de regeling correct toepaste en dat de omstandigheden van de onderneming geen uitzonderlijke situatie vormen die afwijking rechtvaardigen. Ook het eerdere coulancebeleid voor Q1 2021 was niet van toepassing op Q1 2022.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de subsidieaanvraag in stand.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag wordt terecht afgewezen wegens onvoldoende omzetverlies.