Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juni 2024 op het hoger beroep van:
[naam 1] , te [plaats] (appellant)
(gemachtigde: mr. W.G.N.M. van Caam)
appellant
en
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Het College is van oordeel dat de minister terecht heeft geoordeeld dat appellant artikel 3.4, eerste lid, van de Wet dieren heeft overtreden. Het College legt in deze uitspraak uit hoe het tot dit oordeel is gekomen.
Stcrt.2012, 26383, p. 10-11), bevatten de artikelen 3.22 en 3.23 van de Regeling zelfstandige normen die elk met een boete kunnen worden bestraft.