Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 mei 2023 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats 1] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
3 februari 2020 zou zijn veranderd ten opzichte van 22 januari 2020. Het opleggen van dwangsommen per controle is in strijd met artikel 5:32b, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De dwangsom kan niet twee keer verbeurd zijn, omdat geen sprake is van twee verschillende overtredingen op 22 januari 2020 en 3 februari 2020. Het is één doorlopende overtreding. Ten slotte stelt appellant dat hij niet de eigenaar en niet de verantwoordelijke is voor de varkens waar het hier om gaat.
8 april 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:2580). Volgens verweerder was de controle die de toezichthouders van de NVWA op 3 februari 2020 hebben uitgevoerd evenmin onrechtmatig, omdat appellant op de hoogte had kunnen en moeten zijn van de controle van 22 januari 2020 en maatregelen had moeten nemen om de geconstateerde gebreken te verhelpen. Verweerder is van mening dat het houden van een hercontrole redelijkerwijs noodzakelijk is voor de vervulling van de taak van de toezichthouder. Daarnaast zijn de tijdstippen van het toezicht (twee maal kort achter elkaar) niet onevenredig bezwarend voor appellant, mede omdat zijn werknemers op de hoogte waren van de controle van 22 januari 2020.
22 januari 2020 rechtmatig is geweest en dat verweerder zich terecht heeft gebaseerd op de constateringen die de toezichthouders bij die controle hebben gedaan, zoals neergelegd in het rapport. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.
Beslissing
16 mei 2023.