ECLI:NL:CBB:2024:525
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering TVL-subsidie op basis van omzetbelastingaangifte
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken waarbij de verleende TVL-subsidie voor het derde kwartaal van 2021 werd vastgesteld op €5.429,46 en het te veel betaalde voorschot werd teruggevorderd. De onderneming betoogde dat zij in het betreffende kwartaal geen omzet had behaald en dat de in de aangifte omzetbelasting vermelde omzet slechts een correctie betrof.
De minister stelde dat de omzet voor de berekening van het omzetverlies moest worden gebaseerd op de aangifte omzetbelasting, tenzij de onderneming een suppletieaangifte had ingediend. Omdat uit de gegevens van de Belastingdienst niet bleek dat een suppletieaangifte was gedaan, was de minister terecht uitgegaan van de omzet uit de aangifte.
Het College bevestigde dat dit aansluit bij eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat de minister de aangifte omzetbelasting moet gebruiken voor de omzetbepaling om de uitvoerbaarheid en administratieve lasten te beperken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister gehandhaafd.