Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 oktober 2024 op het hoger beroep van:
[naam 1] B.V., te [plaats] , ( [naam 1] )
[naam 1]
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in hoger beroep
21 juli 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:7546).De rechtbank heeft deze uitspraak op 25 augustus 2023 gerectificeerd.
[naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] en namens de minister [naam 6] .
Grondslag van het geschil
28 december 2020 (boetezaak [… 2] ) en 8 januari 2021 (boetezaak [… 3] ) ging het om bezoedeling met mest en haren. Bij de inspectie van 7 januari 2021 (boetezaak [… 4] ) ging het om bezoedeling met baansmeer en ongeboren mest.
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
[naam 1] betwist de overtredingen en stelt zich op het standpunt dat de rechtbank de haar opgelegde boetes verder had moeten matigen, omdat haar geen cautie is gegeven en de minister alle wettelijke termijnen schendt, waardoor [naam 1] geschaad wordt in haar belangen. [naam 1] is het ook niet eens met de door de rechtbank bij de proceskostenveroordeling gehanteerde wegingsfactor van 0.5.
Slotsom
Beslissing
29 oktober 2024.