ECLI:NL:CBB:2024:821

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
12 november 2024
Publicatiedatum
7 november 2024
Zaaknummer
22/2277
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRegeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

De onderneming heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van het College van 9 mei 2023, waarin haar bezwaar tegen de intrekking van een eerder verleende subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een te late indiening.

Het bezwaar was niet tijdig ingediend; de bezwaartermijn eindigde op 18 mei 2022, terwijl het bezwaarschrift pas op 21 juni 2022 werd ontvangen. De minister had het besluit van 6 april 2022 correct digitaal bekendgemaakt en een notificatie e-mail verzonden naar het bij de subsidieaanvraag opgegeven e-mailadres.

De onderneming ontdekte pas op 14 juni 2022 dat het opgegeven e-mailadres ongeldig was (extensie .com in plaats van .at). Het College oordeelde dat deze vergissing de termijnoverschrijding aan de onderneming kan worden toegerekend, mede omdat aanvragers meerdere malen de gelegenheid krijgen hun gegevens te controleren.

Daarom is het verzet ongegrond verklaard en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld. De zaak is hiermee definitief afgesloten zonder proceskostenvergoeding aan de onderneming.

Uitkomst: Het verzet van de onderneming wordt ongegrond verklaard vanwege niet tijdige indiening van het bezwaar door een ongeldig opgegeven e-mailadres.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/2277

uitspraak van de meervoudige kamer van 12 november 2024 op het verzet van

[naam] B.V., te [plaats] (de onderneming)

(gemachtigde: mr. B. Willemse)

Procesverloop

De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 9 mei 2023.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 17 juli 2024. Geen van de partijen was aanwezig.

Overwegingen

1. Met het besluit van 6 september 2022 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (thans: de minister van Economische Zaken) beslist op het bezwaar van de onderneming tegen het besluit van 6 april 2022 tot intrekking van de eerder verleende subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. De minister heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Met de uitspraak van 9 mei 2023 heeft het College het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
2 De laatste dag van de bezwaartermijn was 18 mei 2022. Het bezwaarschrift is op
21 juni 2022 door de minister ontvangen. Dat de onderneming daarmee te laat bezwaar heeft gemaakt, is niet in geschil.
3 Vaststaat dat het besluit van 6 april 2022 op de juiste wijze, digitaal, bekend is gemaakt en dat de minister op diezelfde dag een notificatie e-mail heeft verzonden aan het door de onderneming bij de aanvraag om verlening van de subsidie van 10 maart 2021 opgegeven e-mailadres. Daarna heeft de minister nog verschillende andere e-mails aan dat adres verzonden. Pas op 14 juni 2022 raakte de onderneming op andere wijze op de hoogte van het besluit van 6 april 2022. Toen ontdekte zij ook dat het door haar bij de aanvraag opgegeven e-mailadres een niet geldig e-mailadres betreft.
4 Voor het kader voor de beoordeling van de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding in het algemeen verwijst het College naar zijn uitspraak van 30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31). Het College verwijst ook naar zijn uitspraak van 5 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:775) waarin meer in het bijzonder wordt ingegaan op de betekenis van een notificatie e-mail in dit kader. In de eerste plaats moet worden beoordeeld of de termijnoverschrijding aan de onderneming kan worden toegerekend. Die vraag beantwoordt het College bevestigend. Het niet ontvangen van de notificatie e-mail en daarmee de termijnoverschrijding is het gevolg van het door de onderneming opgeven van een niet geldig e-mailadres, namelijk met de extensie “.com” in plaats van de extensie ”.at”. De onderneming heeft daarvoor geen andere verklaring gegeven dan dat het een vergissing betreft. Dat is niet toereikend voor het oordeel dat haar een slechts gering verwijt treft. Daarbij betrekt het College dat een aanvrager twee maal, aan het begin en aan het einde van de aanvraag, de gelegenheid krijgt om de juistheid van zijn gegevens te controleren.
5 De conclusie is dat de uitspraak van 9 mei 2023 juist is. Het verzet zal daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van de onderneming niet inhoudelijk wordt behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
6 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, mr. R.W.L. Koopmans en
mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2024.
w.g. T.G.M. Simons w.g. E.A. van der Meel