ECLI:NL:CBB:2024:859
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking subsidie vaste lasten COVID-19 afgewezen
De onderneming maakte bezwaar tegen de intrekking van haar subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19, maar diende dit bezwaarschrift te laat in. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, waarna het College het beroep ongegrond verklaarde.
De onderneming voerde aan dat zij de notificatie-e-mail niet had ontvangen omdat het opgegeven e-mailadres niet meer in gebruik was en dat de termijnoverschrijding daarom verschoonbaar was. De minister bevestigde dat de notificatie-e-mail was verzonden, maar dat de mailbox waarop bouncemails binnenkomen niet werd beheerd.
Het College oordeelde dat het zorgvuldigheidsbeginsel niet vereist dat de minister een systeem moet inrichten om stelselmatig te monitoren of e-mails zijn afgeleverd. De termijnoverschrijding was toe te rekenen aan de onderneming, die nagelaten had een nieuw e-mailadres op te geven en daarmee onvoldoende zorg droeg voor ontvangst van berichten.
De conclusie was dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en het verzet ongegrond verklaard moest worden. De zaak eindigde daarmee zonder inhoudelijke behandeling van het beroep en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.